Funerair  Trier 2

De  Gallisch - Romeinse  Grafpijler  in  Igel  bij  Trier

De zuidzijde, de naar de rivier gerichte zuidzijde.
(1) De afbeeldingen op de onderste steenlagen zijn onherkenbaar geworden.
(2) Op de sokkel is een lakenwinkel afgebeeld, waar doek wordt getoond en geld geteld.
(3) Daarboven het, gedeeltelijk nog te lezen, grafschrift in het latijn, wat, vrij vertaald, alsvolgt luidt:

... Aan de Goden van de onderwereld
Publius Aelius(?) Secundinius, zijn vader, de voormalige keizerlijke oud vrijwillige, de Sec...en ....,zonen van Secundinius Securus, Publia Pacata, de echtgenote van Secundinius Aventinus, tenslotte Lucius Saccius Modestus en zijn zoon Modestius Macedo hebben Lucier Secundinius Aventinus en Secundinius Securus voor hun gestorven verwanten en voor zichzelf, om het tijdens hun leven al te bezitten, (dit gedenkteken) laten oprichten. 

De latijnse tekst die herkenbaar is luidt alsvolgt:

D P..................SECV...................................VOCA  M
T....................VRI...........................................................
NOD...ILIS. SECVNDINI SECVRI ET PVBLIAE PA.
CATAE. CONIVGI. SECVNDINI AVENTINI. ET . L. SAC
CIO MODESTO. ET MODESTIO MACEDONI. FILIO. EI
IVS LVCI. SECVNDIN. VS. AVENTINVS. ET. SECVNDI
     NIV....ECVRVS. PARENTIBVS DEFVNCTIS. ET
          SIBI VIVI VT. ABERENT FECERVNT

(3)Boven de tekst zijn 2 mannen in relief afgebeeld met een schriftrol in de hand, waarvan een de hand vasthoudt van een jongen die tussen hen in staat, een afscheidsgebaar.De man links draagt een wollen opperkleed, Chlamys geheten, wat militairen in die tijd droegen. Boven hun hoofden een 3-tal medaillons, links en rechts een mannenbuste, in het midden een vrouwenhoofd. Vaak worden hiermede de voorouders aangeduid. Aan weerszijden van de voorstelling zijn pilasters met op de sokkel een watervogel, daarboven op elkaar geplaatst vier eroten(cupido's) die elkander dragen.Op elke pilaster een vrouwenfiguur met acanthus bladeren. De reliefs zijn niet meer toe te wijzen aan de bepaalde personen. Er worden zes overledenen genoemd: De vader van de beide Secundinier, Publius Aelius 'exevocatus Augusti', twee zonen van Secundinius Securus, waarvan de namen onleesbaar zijn, de vrouw van Aventinus, Publia Pacata, alsmede Lucius Saccius Modestus en diens zoon Modestius Macedo. Verder worden genoemd de beide opdrachtgevers van het monument, Lucius Secundinius Aventinus en Lucius Secundinius Securus. Door de grote beschadigingen is men nog niet zeker van de juiste tekst. De drie opgehangen, schildvor mige medaillons zijn een oude Romeinse traditie. Het hoofdrelief duidt op het afscheid van de tweede zoon van zijn vader Securus en diens broeder Aventinus.
(4) De fries vertoont een familiedis, die nog goed herkenbaar is. Door twee zuilen in drieen gedeeld. Links het bereiden van de maaltijd, in het midden wordt dit door twee bedienden aan twee mannen, waarschijnlijk de beide broers Secundinius, aangereikt en rechts wordt de vuile vaat afgewassen.
(5) In het attiek wordt een laken op kwaliteit onderzocht.
(6) De timpaan vertoont Hylas, een van de Argonauten, die water gaat halen in de bron die door twee nimfen wordt bewoond.
7. Bekroning een eivormige pijnboomwig met 4 koppen, op de ttop Ganymedes ontvoert door de adelaar (Zeus).'

Naar Westzijde